Cyberpesten

social media3Week tegen pesten 2015
Deel 2: Cyberpesten

Dag twee van de ‘week tegen pesten 2015’, met -zoals beloofd- elke dag een blog over pesten. Gisteren publiceerde ik ‘waar haal jij het lef vandaan?’, vandaag een blog over mijn visie op het ‘#’-teken in de ondertitel van dit jaar:

#kan jij het aan?

Het ‘hekje’, tegenwoordig ook wel de ‘hashtag’ genoemd is het teken dat aan een twitter bericht vooraf gaat. In het kader van het thema pesten is dat een duidelijke verwijzing naar digitaal pesten (cyberpesten) lijkt me.

Help! Mijn kind gaat ‘digitaal’

Schelden, schoppen, buitensluiten…we hebben het vroeger allemaal wel eens meegemaakt. Misschien (hopelijk) niet ‘aan den lijve’, maar in iedere basisschool klas zat -helaas- wel een kind dat zo af en toe (of langdurig) het mikpunt van klasgenoten was. Met dit soort ‘old school’ pestgedrag zijn we zelf dus ook opgegroeid. Maar ik moet bekennen: ik ben opgegroeid in de tijd dat het internet nog niet uitgevonden was. En ik moet mijn kinderen begeleiden in hun stappen op internet? Help! Mijn dochter vind het hopeloos oneerlijk dat zij op 11-jarige leeftijd nog geen ‘mobieltje’ heeft, maar ik had er pas eentje toen ik al bijna 30 was. Geen vergelijk dus!

Cyberpesten versus ‘old school’ pesten

De nieuwe vorm van pesten: cyberpesten heeft overeenkomsten met traditionelere vormen van pesten (ofwel: ‘old school’ pesten zoals je dat in de taal van tegenwoordig zou kunnen noemen, net als iets met pen en papier vastleggen de ‘old school’ vorm van printen is). Een voorbeeld van een overeenkomst is, dat er bij cyberpesten ook sprake is van een machtsverschil. Dit kan hier bijvoorbeeld komen door meer kennis van het internet of de gebruikte applicatie.

Er zijn echter ook verschillen: een boodschap verzonden middels een digitaal medium wordt niet genuanceerd door lichaamshouding of intonatie. Er kan een ‘knipoog’ worden meegegeven (emoticon), maar dat gebeurt niet altijd. Hoe dan ook: de verzonden boodschap kan sneller verkeerd geïnterpreteerd worden dan een persoonlijke boodschap.

Een ander verschil is dat de ‘verzender’ van de boodschap de reactie van de ‘ontvanger’ niet meteen ziet. Er kan daardoor moeilijk een juiste inschatting van eventueel aangerichte schade worden gemaakt.

En nu?

In mijn zoektocht naar informatie en hulp bleek in ieder geval dat het fijn is als ik met andere ouders kon praten over hun manier van omgang met internet. Zo was ik in staat om over een paar dingen alvast een beeld te vormen. Mijn kinderen mogen al een tijdje ‘zelfstandig’ op internet en kijken af en toe graag filmpjes op youtube. Ze weten inmiddels dat op youtube ook rare dingen staan, maar gaan er niet specifiek naar op zoek. Een mobieltje hebben ze nog niet, maar dat gaat niet lang meer duren. Op een ‘tablet’ spelen ze online spelletjes en komen hierdoor ook in aanraking met ‘digitale vrienden’. Het is voor ons een leerproces, met de snelle veranderingen op dit gebied.

Bij de aanschaf van een mobieltje zullen we ze in het begin zeker begeleiden met de keuze voor apps, en samen bij de thee de nieuwste berichten lezen (stel ik mij zo voor, of is dat te romantisch gedacht?). Op een gegeven moment moeten we het dan ‘los kunnen laten’ en erop vertrouwen dat ze verstandig genoeg zijn om hier goed mee om te kunnen gaan. Wanneer dat moment is…?

Hoe dan ook zijn we nu al de volgende voorzorgsmaatregelen met ze aan het bespreken:
– scherm je profiel af
– schrijf geen lelijke dingen over en tegen anderen
– accepteer geen ‘vrienden’ die je in het echte leven ook niet kent
– spreek niet met mensen af die je niet kent
– bedenk dat je op internet nooit écht weet met wie je te maken hebt
– plaats alleen neutrale foto’s (foto’s die je opa en oma en buurjongen/-meisje ook mogen zien)
– houd je inloggegevens altijd geheim

En zo hopen we er het beste van!